Postzegelnieuws: ‘De eerste atlassen en hun uitgevers, uit de zestiende en zeventiende eeuw’

Postzegelnieuws: ‘de eerste atlassen en hun uitgevers, uit de zestiende en zeventiende eeuw’

 

Uitgifte
De allereerste atlas in de wereld verscheen in 1570 in Antwerpen, dit jaar 450 jaar geleden. Ter gelegenheid daarvan geeft PostNL op 23 maart 2020 het postzegelvel De eerste atlassen uit. De 6 postzegels op het vel zijn gewijd aan kaarten uit 6 atlassen die in de 16e en 17e eeuw in de Nederlanden zijn verschenen. Naast de 6 kaarten zijn de 6 betrokken uitgevers afgebeeld. Op de postzegels staat de waardeaanduiding internationaal 1 voor post tot en met 20 gram met een internationale bestemming. Het postzegelvel is ontworpen door Studio Maud van Rossum uit Amsterdam.

Onderwerp
De uitgifte De eerste atlassen van PostNL besteedt aandacht aan bijzondere atlassen die in de 16e en 17e eeuw in de lage landen zijn uitgegeven. De snelle ontwikkelingen op cartografisch gebied hingen toen nauw samen met de bijzondere positie van de Nederlanden in de internationale handel en scheepvaart. Antwerpen en Amsterdam waren belangrijke centra voor de atlas: een verzameling kaarten van gelijk formaat en in dezelfde stijl, bijeengebracht in een boek waarvan de uitgever meer exemplaren laat maken.

De aartsvader van de atlas is de Antwerpse cartograaf Abraham Ortelius (1527-1598). Ortelius verzamelde de beste kaarten die in zijn tijd voorhanden waren. Hij hertekende of verkleinde in totaal 53 stuks, voorzag ze van beschrijvingen en bundelde ze in een boek. Die atlas verscheen in 1570 voor het eerst, dit jaar 450 jaar geleden, in het Latijn, met de titel Theatrum orbis terrarum (letterlijk: het toneel van de aardebodem). In 1571 volgde de Nederlandse vertaling. Deze wereldatlas inspireerde vele andere uitgevers om hun eigen atlassen te maken.

Naast Abraham Ortelius staan de volgende uitgevers op de postzegels: Gerard de Jode (1509-1591), Gerard Mercator (1512-1594), Jodocus Hondius (1563-1612), Willem Jansz. Blaeu (1571-1638) en Johannes Janssonius (1588-1664). De portretten van de uitgevers op de postzegels zijn afkomstig uit de beeldbank van het Rijksmuseum. Alle kaarten komen uit atlassen uit de collectie Allard Pierson | De Collecties van de UvA. Deze verzameling weerspiegelt in grote lijnen de geschiedenis van de westerse en in het bijzonder de Nederlandse cartografie. De collectie behoort tot de grootste in Nederland en tot de grotere in de wereld, met 175.000 kaartbladen en 5000 atlassen.

Ontwerp
Op elk van de 6 postzegels van de uitgifte De eerste atlassen staat een kaart van de lage landen, grofweg het huidige België en Nederland. Naast de kaart staat het portret van de bijbehorende uitgever. De kaart is een gravure in kleur, het portret is een prent in een full colour opgebouwd zwart-wit. Op de 3 postzegels links staat het portret aan de linkerkant, op de 3 postzegels rechts staat het aan de rechterkant. Op de tabs met het Priority-logo is de naam van de betrokken uitgever te lezen, met de volledige naam van zijn atlas. De waardeaanduiding 1 is geplaatst boven de afbeelding van elke uitgever. De aanduiding Nederland 2020 staat onderaan, de aanduiding internationaal staat verticaal in kapitalen wisselend links en rechts van de kaart. De teksten op de postzegels en de velrand zijn in zwart en in een gedempte kleur blauw gedrukt. De 6 kaarten staan in chronologische volgorde op het postzegelvel, van boven naar onderen en van links naar rechts. Daarbij is gekozen voor het jaar van de uitgifte van de atlas waaruit de kaart op de postzegel afkomstig is. Zo staat op de postzegel rechtsonder de atlas van Johannes Janssonius die als laatste in 1666 uitkwam. In de tekst is waar nodig tussen haakjes vermeld wanneer de eerste editie van deze atlas verscheen. In het geval van Janssonius is dat 1638.

Typografie
Voor de typografie is gebruikgemaakt van 2 Nederlandse lettertypes: de schreefletter Lexicon (Bram de Does, 1992) en de schreefloze letter Quadraat Sans (Fred Smeijers, 1996).

Ontwerper
Op de postzegels van de uitgifte De eerste atlassen staan oude geografische kaarten van de Nederlanden, samen met een portret van de betrokken uitgever. Het onderwerp cartografie is niet onbekend voor Maud van Rossum, die verantwoordelijk was voor het ontwerp van De eerste atlassen. Zo ontwierp Van Rossum samen met Piet Gerards de door Vantilt uitgegeven publicatie Afsetters en meester-afsetters. De kunst van het kleuren 1480-1720 van Truusje Goedings (2015). Dit boek gaat over historische cartografie en de kunst van het inkleuren. Ook maakte Van Rossum eerder met Piet Gerards verschillende postzegels voor PostNL, waaronder UNESCO Werelderfgoed uit 2014 en de 2 Inhuldigingspostzegels uit 2013.

 

 

De eerste echte atlas
In 2020 is het 450 jaar geleden dat de eerste echte atlas werd uitgegeven door Abraham Ortelius. “Daarom staat Ortelius prominent op de velrand”, aldus Van Rossum. “Tijdens het uitspitten van dit onderwerp zijn verschillende ontwerprichtingen verkend. Zo heb ik een opzet gemaakt op basis van kaarten van de toen bekende wereld. In een andere variant gebruikte ik schilderijen van Johannes Vermeer. Op veel van zijn werken hangen op de achtergrond grote geografische kaarten uit verschillende atlassen uit die tijd.

 

 

Uiteindelijk zijn 2 heel andere ontwerpen aan PostNL gepresenteerd. Het ene ontwerp beperkte zich tot Ortelius en zijn eerste atlas. In dit ontwerp keert steeds dezelfde kaart van de Nederlanden terug. Maar dan op elke postzegel uit een andere editie en op een andere manier ingekleurd. Het andere ontwerp, waarvoor unaniem is gekozen, laat zien welke kaarten van de Nederlanden Ortelius en zijn navolgers in hun atlas opnamen. Bijzonder daaraan is onder meer dat je duidelijk ziet dat in die tijd op de meeste kaarten het noorden niet bovenaan staat. Want door deze kaarten te kantelen, maak je veel economischer gebruik van het dure papier.”

 

 


Uitgangspunten voor de selectie
Voor de selectie van de 6 uitgevers op het postzegelvel legde Van Rossum zichzelf strenge criteria op. Onder meer moest de uitgever in de Nederlanden zijn geboren en moest de verschenen atlas een afbeelding van de Nederlanden bevatten. “Het zijn postzegels met een internationale bestemming”, zegt Van Rossum. “Daarom wilde ik de Nederlandse kaart als visitekaartje opnemen. Maar er was nog een ander criterium en dat bleek een lastige. Want ik wilde per se een portret van de uitgever tonen. Voor Mercator, Hondius, Blaeu, Ortelius en De Jode lukte dat redelijk snel. Maar de laatste was moeilijker. Uiteindelijk kwam ik uit bij Jacob Colom, een uitgever die een heel klein atlasje had gemaakt. Hij paste niet echt in het rijtje, maar daar moest ik het maar mee doen.”

Allard Pierson
Toen stak het toeval een handje toe. Tegelijkertijd met De eerste atlassen was Van Rossum bezig met de vormgeving van het boek van Jos Biemans: Boeken voor de geleerde burgerij. De stadsbibliotheek van Amsterdam tot 1632. “In de kopij las ik dat Allard Pierson | De Collecties van de UvA een groot aantal verschillende edities van de eerste atlas van Ortelius in bezit heeft. Uit gesprekken met twee conservatoren – Peter van der Krogt en Reinder Storm – bleek vervolgens dat ook de andere uitgevers in hun collectie goed waren vertegenwoordigd. En, nog belangrijker, zij kwamen op de proppen met een veel beter alternatief voor Jacob Colom. Namelijk Johannes Janssonius. Die kende ik wel, maar ik had geen portret van hem gevonden. Maar op het titelblad van de atlas van Janssonius staat een groepsportret, met daarop een man die volgens de experts zeker Janssonius moet zijn. Jacob Colom ging dus exit – en mijn selectie was rond.”

Fris en eenduidig
De 6 kaarten uit de atlassen van het Allard Pierson zijn door fotograaf Stephan van der Linden gefotografeerd. Daarna poetste lithograaf Marc Gijzen de verkleuringen weg voor een zo fris en helder mogelijk beeld. Van Rossum: “Vanwege de leesbaarheid zijn de kaarten zo groot mogelijk op de postzegel geplaatst door de bladspiegel van de atlaspagina zo veel mogelijk weg te laten. Alleen een klein randje bleef als omkadering. Ook de knik van het hart van de pagina is nog te zien, de kaart komt immers uit een atlas. De 6 kaarten hebben dezelfde hoogte gekregen, maar de breedte varieert. Dat komt door de verhoudingen van de oorspronkelijke kaarten. Het was wel even puzzelen om dat goed te krijgen, vooral op de postzegel van De Jode. Zijn kaart loopt breder dan de andere en daardoor moest ik schipperen met de ruimte tussen sorteerhaak en waardeaanduiding 1. Maar het kan nét. De kaart van De Jode is om nog een andere reden bijzonder: het is de enige niet ingekleurde kaart op het postzegelvel. Zo verwijs ik ook naar het afzetten, het handmatig inkleuren. Want drukwerk was in die tijd altijd zwart-wit en werd later ingekleurd.”

Dieper zwart
De prenten van de uitgevers op de postzegels zijn afkomstig uit de beeldbank van het Rijksmuseum. Van Rossum: “Alle portretten zijn vrijstaand gemaakt en vóór de bijbehorende kaart geplaatst. Daardoor valt ook veel minder op dat de kaarten verschillende breedtes hebben. De lithograaf heeft alle portretten omgezet naar een full colour opgebouwd zwart-wit. Daardoor ontstaat een dieper zwart en het vermindert de kans op moiré-effecten op de pers.”

 

Rust en ruimte

Op het postzegelvel heeft Van Rossum 2 lettertypes gebruikt van de hand van Nederlandse letterontwerpers. Van Rossum: “Het zijn allebei fonts die voor ruimte en rust zorgen. De schreefletter Lexicon van Bram de Does is een prima leesbare letter met korte stokken en staarten. Daardoor lukte het om op de tabs de soms absurd lange titels van de atlassen volledig te vermelden. De andere letter is de schreefloze Quadraat Sans van Fred Smeijers. Een puntige en beetje eigenwijze letter, die wonderwel goed bij de meer traditionele Lexicon past. Al bij de allereerste ontwerpen koos ik als steunkleur gedempt blauw als tegenwicht voor de gelige en warme kleur van de kaarten. Zowel de lettertypes als de steunkleur zijn bewust gebruikt om de verschillende informatielagen van elkaar te scheiden.”

Over de ontwerper
Na haar studie aan het Sint Lucas in Boxtel (1992-1996) vervolgde Maud van Rossum (1974) haar opleiding grafisch ontwerpen aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem (1996-2000). Daar kreeg ze les van onder meer Gerard Schilder, Thomas Widdershoven en Pieter Hildering. In 2000 trad ze in dienst bij Piet Gerards Ontwerpers, waar Van Rossum talloze boeken heeft vormgegeven voor uitgeverijen zoals Vantilt, NAi en 010 (het huidige nai010), Bas Lubberhuizen, Lecturis en Athenaeum-Polak & Van Gennep. Op 1 juli 2018 nam zij Piet Gerards Ontwerpers over en zette de studio voort onder haar eigen naam op een nieuwe locatie in Amsterdam. Studio Maud van Rossum heeft een op de inhoud gerichte aanpak. Opdrachtgever en onderwerp staan centraal in het zoeken naar de ideale vorm voor elk project. De vormgeving is ingetogen, secuur en dienstbaar, met typografie als leidende draad. Niet alleen vormgeving, maar ook tekstredactie, beeldredactie, materialisering, planning en productie worden met zorg aangepakt. Studio Maud van Rossum is gespecialiseerd in het vormgeven van boeken. Ook ontwerpt de studio huisstijlen, flyers, brochures, magazines, exposities en postzegels. Van Rossum is verder actief in De Monsterkamer in Amsterdam, een fysiek en digitaal platform voor papier en drukwerk, opgezet door Esther Krop. Daar geeft ze papieradvies aan bezoekers, werkt ze aan een online papierdatabase voor grafische professionals en assisteert ze bij het organiseren van expert meetings. De jarenlange ervaring in het boekenvak en de kennis van papier zet Van Rossum, samen met Esther Krop, sinds 2015 in voor De Best Verzorgde Boeken. In opdracht van deze stichting verzamelen ze jaarlijks alle technische gegevens van de bekroonde boeken ten behoeve van de catalogus.

 

Meer over het onderwerp

Abraham Ortelius (Antwerpen, 1527–Antwerpen, 1598), eigenlijk Ortels of Hortels, stamde uit een uit Augsburg afkomstig geslacht. In 1547 werd Ortelius als kaartenkleurder lid van het Sint-Lucasgilde in Antwerpen en hij verhandelde onder meer boeken, handschriften, kaarten, prenten en penningen. Ortelius verzamelde de beste kaarten en reisde veel om de overeenstemming ervan met het terrein te controleren. Hij was vooral een zakenman met oog voor een snelle afwerking van zijn producten. Dit stond in contrast met de wetenschappelijke aanpak van Mercator, die al zijn bronnen en gegevens grondig en uitermate kritisch behandelde. Het verschil in aanpak belemmerde beiden echter niet om geregeld informatie uit te wisselen. Het belangrijkste werk van Ortelius is de eerste atlas uit de geschiedenis: Theatrum orbis terrarum uit 1570. Op de postzegel staat een kaart uit de Nederlandse uitgave van deze atlas: Theatre, oft toonneel des aerdt-bodems (editie 1571).

Van de eerste jaren van Gerard de Jode (Nijmegen, 1509–Antwerpen, 1591) is weinig bekend, totdat hij in 1547 als vrijmeester van het Antwerpse Sint-Lucasgilde op het toneel verschijnt. Zijn Speculum orbis terrarum uit 1578 is een atlas in 2 delen, waarvan deel 2 getiteld is Speculum geographicum totius germaniae imperium. De Jode en Abraham Ortelius waren grote concurrenten. Ortelius zou naar verluidt gebruik hebben gemaakt van zijn vooraanstaande positie om zijn collega tegen te werken. Daardoor kreeg De Jode pas laat toestemming om zijn atlas uit te geven, 8 jaar na die van Ortelius. Op de postzegel staat een kaart van de Nederlanden uit deel 2 van de atlas Speculum orbis terrarum (editie 1578).

De grondlegger van de moderne cartografie is Gerard Mercator (Rupelmonde, aan de Schelde, 1512–Duisburg, 1594). Na een studie in Leuven wijdde Mercator, eigenlijk Gerard Kremer, zich in Antwerpen aan wiskunde en astronomie. Ook was hij als landmeter werkzaam. In 1538 gaf hij zijn eerste wereldkaart uit met een dubbelhartvormige projectie. Naast kaarten vervaardigde Mercator globes en gaf hij adviezen aan Engelse zeevaarders. In 1552 verliet hij de Nederlanden en vestigde zich als kosmograaf van de hertog van Gulik in Duisburg (Duitsland). Daar ontwikkelde hij zijn beroemde mercatorprojectie. Op de postzegel staat zijn kaart van de Gli XVII provincie de gli Paesi Bassi (editie 1585). De Zeventien Provinciën is de naam waarmee de Habsburgse Nederlanden in de 16e eeuw werden aangeduid.

Jodocus Hondius (Wakken in West-Vlaanderen 1563–Amsterdam 1612), eigenlijk Joost de Hondt, was cartograaf, stempelsnijder en kalligraaf. Hij trad op als een uitgever van groot formaat. Zo publiceerde hij de Geographia van Ptolemaeus met Griekse tekst (1605) en de Gerardi Mercatori Atlas met talrijke kaarten vermeerderd (1606). Deze laatste werd herhaaldelijk herdrukt en vertaald. Van aanzienlijk belang is zijn grote Europakaart (1595), de eerste belangrijke meerledige kaart van Europa sinds die van Mercator. In 1604 kocht hij de koperplaten van Mercators atlas op. Deze gaf hij in 1606 opnieuw uit, aangevuld met 36 nieuwe kaarten in de zogenaamde Mercator-Hondius Atlas. Als cartograaf wordt hij als de beste van zijn tijd beschouwd. Na 1612 nam zijn weduwe de uitgeverij over, later bijgestaan door haar zonen Jodocus jr. en Henricus. Op de postzegel staat een kaart uit de Gerardi Mercatori Atlas (editie 1619).

Willem Jansz. Blaeu (Uitgeest of Alkmaar, 1571–Amsterdam, 1638) was een leerling van de Deense astronoom Tycho Brahe. Van Brahe leerde hij instrumenten en globes maken. De aarde- en hemelglobes van Blaeu overtroffen alles wat tot dan toe was verschenen, zowel in schoonheid als accuratesse. Blaeu spitste zich tot 1630 voornamelijk toe op het uitgeven van zeekaarten. Pas in 1630 verscheen zijn eerste landatlas. De koperplaten van deze atlas had Blaeu opgekocht uit de nalatenschap van Jodocus Hondius jr. In 1635 verscheen de eerste druk van de beroemde Atlas-Novus in 2 delen. Blaeu hield zich ook intensief bezig met de wetenschap. Zo ontdekte hij begin 17e eeuw 2 nieuwe sterren en voerde hij allerlei metingen uit om de omtrek van de aarde te berekenen. Op de postzegel staat een kaart uit de Atlas major (editie 1662). Deze atlas werd uitgegeven door Joan Blaeu, de zoon van Willem Jansz.

Johannes Janssonius (Arnhem, 1588–Amsterdam, 1664), eigenlijk Johannes Jansz., was de zoon van een drukker en uitgever. Janssonius trouwde in 1612 met de dochter van Jodocus Hondius en vestigde zich in Amsterdam als uitgever van atlassen en stedenboeken. De zaken gingen voorspoedig en Janssonius opende ‘buytenwinkels’ in onder andere Berlijn, Frankfurt, Genève, Lyon en Stockholm. Ook werkte hij in de uitgeverij van zijn zwager. Onder zijn leiding werd de Mercator-Hondius Atlas uitgebreid en gepubliceerd als Atlas Novus, met uitgaven in het Nederlands, Frans, Spaans en Latijn. Net zoals zijn tijdgenoten maakte ook Janssonius gebruik van bestaande koperplaten. Op de postzegel staat een kaart uit de Ioannis Ianssonii Atlas contractus (editie 1666).

Bronnen: Ons Erfdeel, jaargang 12, 1968, pagina 106, iets over de nederlandse kartografie, auteur Frans Weemaels, wikipedia.nl, vliz.be/hisgiskust/nl
Tekst: Onno Jager, Jager & Neyndorff, Den Haag
Portretfoto’s: Rob Rouleaux, Amsterdam

Technische gegevens

Waarde
Op deze postzegels staat de waardeaanduiding internationaal 1, bedoeld voor post tot en met 20 gram met een internationale bestemming
Postzegelformaat
36 x 25 mm
Velformaat
108 x 150 mm
Papier
normaal met fosforopdruk
Gomming
gegomd
Druktechniek
offset
Drukkleuren
cyaan, magenta, geel en zwart
Oplage
91.000 vellen
Verschijningsvorm
vel van 6 postzegels in 6 verschillende ontwerpen
Ontwerp
Studio Maud van Rossum
Lithografie
Marc Gijzen, beeldbewerking & digitale lithografie
Drukkerij
Joh. Enschedé Security Print, Haarlem
Artikelnummer
400361
De postzegels zijn, zolang de voorraad strekt, verkrijgbaar bij het postkantoor in de Bruna-winkels en via www.postnl.nl/bijzondere-postzegels. De postzegels zijn ook telefonisch te bestellen bij de klantenservice van Collect Club op telefoonnummer 088 – 868 99 00. De geldigheidstermijn is onbepaald.

© 2020 Koninklijke PostNL BV


Op het spoor door Johannes Vermeer

Op het spoor door Johannes Vermeer

‘Blij en vereerd’ ging Maud van Rossum vorig najaar aan de slag met de uitdaging die PostNL haar had voorgelegd: het ontwerpen van het postzegelvel ‘De eerste atlassen’. “Postzegels ontwerpen blijft iets bijzonders”, vertelt de Amsterdamse ontwerper. “Het is een van de meest speciale opdrachten die je kunt krijgen. Bovendien heb ik veel affiniteit met het onderwerp. Dat maakte het extra interessant.”

 De eerste atlas is 450 jaar oud
450 jaar geleden verscheen ‘s werelds eerste echte atlas: de ‘Theatrum orbis terrarum’ van de Antwerpse cartograaf Abraham Ortelius. Deze mijlpaal inspireerde PostNL tot de uitgave van een speciaal postzegelvel over oude atlassen. De keuze voor Maud van Rossum was niet toevallig. Eerder had ze gewerkt aan de serie UNESCO Werelderfgoed in 2012 en de twee Inhuldigingspostzegels in 2013, samen met Piet Gerards. Ook het onderwerp was niet nieuw. Samen met Gerards ontwierp ze in 2015 het boek ‘Afsetters en meester-afsetters. De kunst van het kleuren 1480-1720’ van Truusje Goedings over historische cartografie en de kunst van het inkleuren.

Kan ik iets met dat gegeven?
Het was Johannes Vermeer die Maud op het spoor zette van haar invalshoek voor de serie. Het intrigeerde haar dat op veel schilderijen van de beroemde Delftse meester kaarten hangen van de Nederlanden. “Ik dacht: kan ik iets met dat gegeven, een kunstenaar uit die tijd die veel had met kaarten van de Nederlanden? Uiteindelijk ben ik toch van dat idee afgestapt, omdat het dan te veel over Vermeer zou gaan en te weinig over oude atlassen en hun makers.”

 

 

Nederlandse kaart als visitekaartje
Het idee over oude kaarten van de Nederlanden liet Maud echter niet los. Uiteindelijk besloot ze zes portretten van bekende Belgische en Nederlandse atlasuitgevers uit de 16e en 17e eeuw te plaatsen met hun eigen kaarten van de toenmalige Nederlanden op de achtergrond. “Het zijn postzegels met een internationale bestemming. Daarom wilde ik de Nederlandse kaart als visitekaartje opnemen en ook per se een portret van de uitgever tonen.”

Beroemde namen
Over beroemde namen als Ortelius, Mercator, Hondius, Blaeu en De Jode hoefde Maud niet lang na te denken. Een kandidaat voor de zesde postzegel was minder snel gevonden. Na lang zoeken stuitte ze uit op de relatief onbekende Jacob Colom, die een heel kleine atlas had gedrukt. Conservatoren Peter van der Krogt en Reinder Storm van het Allard Pierson-instituut in Amsterdam reikten haar echter een andere kandidaat aan: Johannes Janssonius. Maud: “Die kende ik wel, maar ik had geen portret van hem kunnen vinden. Op het titelblad van de atlas van Janssonius staat echter een groepsportret, met daarop een man die volgens de experts zeker Janssonius moet zijn. Mijn selectie was rond.”

 

 

‘Absurd lange’ atlastitels
Vervolgens was het nog een heel gepuzzel om de portretten en kaarten mooi, evenwichtig en spannend in beeld te brengen en ook nog een plek te vinden voor de ‘absurd lange’ atlastitels. “Door mijn ervaring kon ik die stapjes vrij snel zetten. Ik wist inmiddels wat beelden doen op zo’n klein formaat en welke relaties ze met elkaar aangaan. Uiteindelijk wil je niet alleen een spannend postzegelvel maken, maar ook dat de postzegels los interessant genoeg zijn. Het verrast me steeds weer hoe je op zo’n klein formaat toch een heel verhaal kunt vertellen.”

‘De eerste atlassen’ is verkrijgbaar als postzegelvel, postzegelmapje, eerstedagenvelop en prestigeboekje.

 

Dit interview verscheen in Collect nr. 102, voorjaar 2020
Uitgave: PostNL, Den Haag
Tekst: Overeijnder Van den Dool communicatie, Rotterdam
Portretfoto’s: Rob Rouleaux, Amsterdam

 

 

 

 

 

Technische gegevens

Postzegelformaat
36 x 25 mm
Velformaat
108 x 150 mm
Papier
normaal met fosforopdruk
Gomming
gegomd
Druktechniek
offset
Drukkleuren
cyaan, magenta, geel en zwart
Oplage
91.000 vellen
Verschijningsvorm
vel van 6 postzegels in 6 verschillende ontwerpen
Ontwerp
Studio Maud van Rossum
Lithografie
Marc Gijzen, beeldbewerking & digitale lithografie
Drukkerij
Joh. Enschedé Security Print, Haarlem

Artikelnummer
400361
De postzegels zijn, zolang de voorraad strekt, verkrijgbaar bij het postkantoor in de Bruna-winkels en via www.postnl.nl/bijzondere-postzegels. De postzegels zijn ook telefonisch te bestellen bij de klantenservice van Collect Club op telefoonnummer 088 – 868 99 00. De geldigheidstermijn is onbepaald.

© 2020 Koninklijke PostNL BV

 


Wim Crouwel: MR. GRIDNIK

Het Stedelijk Museum Amsterdam eert van september 2019 t/m maart 2020 Wim Crouwel (1928-2019) met de tentoonstelling Wim Crouwel: Mr. Gridnik, waarin een selectie te zien is van zijn grafische vormgeving. Wim Crouwel overleed op 19 september 2019 op negentigjarige leeftijd.

Wim Crouwel was in 1963 medeoprichter van het eerste multidisciplinaire ontwerpbureau: Total Design en is tegenwoordig een van de bekendste grafisch ontwerpers uit Nederland. Al vanaf de jaren ‘50 werd Wim Crouwel sterk beïnvloed door de Zwitserse grafisch vormgevers die met hun rationele en minimalistische benadering gebruik maakten van het grid als systeem. Gedurende Crouwels hele carrière heeft hij een voorliefde gehad voor het grid, vandaar de titel voor deze expositie.

Zijn liefde voor het grid kwam tot uiting in talloze affiches en catalogi voor onder andere het Stedelijk Museum, in postzegels en experimenteel werk zoals zijn New Alphabet.

Zie ook:
Wim Crouwel – a Graphic Odyssey en Monografie Wim Crouwel modernist

Foto’s © Maud van Rossum


Bezoek aan Keiren Special Mail Solutions

Vrijdag 7 juni bracht ik in Venlo een bezoek aan Keiren Special Mail Solutions, partner van De Monsterkamer. Ik werd door Erik Bijl (account manager) ontvangen. Na een korte introductie over het bedrijf, werd ik door de productiehallen geleid.

Keiren is een in 1960 opgericht familiebedrijf, gespecialiseerd in het produceren en bedrukken van enveloppen en verpakkingen in allerlei formaten, papiersoorten en vormen. Denk aan verpakkingsenveloppen van karton, verzenddoosjes, maar ook huisstijl enveloppen, bordrugenveloppen en monsterzakken/giftbags. Het bijzondere aan het bedrijf is dat zij nagenoeg het gehele productieproces in huis hebben: van drukken, snijden, stansen, rillen, perforeren, vensteren tot afwerken en assembleren.

Het bedrijf biedt als service handmodellen aan. Na overleg met de opdrachtgever over het gewenste eindproduct, wordt er uit het juiste papier of karton handmatig een model geproduceerd. Bij grotere projecten kan Keiren ook digitaal geprinte handmodellen aanbieden. Voldoet deze, dan wordt er een technische tekening ontwikkeld. Deze tekening dient als sjabloon voor de bedrukking van de envelop en voor het maken van een stansmes.

Keiren beschikt over een één, twee- en een vierkleuren vellen-offsetpers. Het papier of karton wordt hier plano op bedrukt. Zowel een bedrukte buiten- als binnenzijde behoort tot de mogelijkheden. Om smetten tijdens het verwerkingsproces te voorkomen wordt het drukwerk gevernist.

Nadat het papier of karton voldoende gedroogd is, wordt het gerild en/of gestanst. Dit gebeurt met een stansmes of stansplank. Wanneer het een standaard of een regelmatig terugkerend model betreft, dan liggen de stansmessen op voorraad. Voor unieke modellen worden de messen speciaal geproduceerd. Verder beschikt Keiren ook over verstelbare stansmessen waar veel verschillende producten mee gemaakt kunnen worden.

Het vensteren van de enveloppen en verpakkingen kan zowel inline als op een aparte machine. Er zijn veel verschillende vormen en formaten mogelijk, ook meerdere vensters per envelop of verpakking behoort tot de mogelijkheden.

Hierna wordt het product machinaal gevouwen, verlijmd en verpakt. Er zijn verschillende vouw- en verlijmmachines, ieder geschikt voor een bepaald soort envelop of verpakking. Het principe is veelal gelijk: de plano vellen papier of karton gaan via een transportbaan langs enkele geleiders. Deze zorgen ervoor dat het materiaal op de aangebrachte rillijnen gevouwen wordt. Op enkele plekken wordt er ook lijm aangebracht zodat er een hechting ontstaat. Verder kunnen er in deze vouw- en verlijmmachines verschillende sluitingen voor de verpakkingen en enveloppen worden aangebracht: denk aan een stripsluiting of een gommering. Aan het einde van de transportband wordt de aangebrachte lijm gedroogd en daarna is de envelop of verpakking gereed. De gommering bij enveloppen wordt vooral ingezet bij enveloppen die automatisch gevuld worden d.m.v. een vul- en sluitmachine (denk aan factuurenveloppen en direct mailverzendingen).

Het eindproduct wordt verpakt en geleverd aan de opdrachtgever. Doordat de eindproducten dusdanig verschillen in formaten en vormen, maakt Keiren zijn verzenddozen precies op maat in huis.

Kortom: vanaf een oplage van ± 1.000 stuks is (bijna) alles mogelijk, mits het binnen de minimale en maximale kaders van de machines valt.

Ik wil graag Erik Bijl bedanken voor de hartelijke ontvangst en informatieve rondleiding.

Ben je geïnteresseerd in de mogelijkheden? Kom dan langs in De Monsterkamer of kijk op de website van Keiren en maak een afspraak.

Dit artikel is in opdracht van De Monsterkamer totstand gekomen
Tekst en fotografie: Maud van Rossum
Meer informatie: Keiren Special Mail Solutions


Expert Meeting Drukwerk en Milieu

Op 18 april 2019 vond in De Bagagehal (Loods 6 in Amsterdam) de Expert Meeting ‘Papier & Milieu’ plaats. Dit event was een initiatief van De Monsterkamer, Amsterdam. Tijdens de Expert Meeting werd door drukkers, ontwerpers en opdrachtgevers ingegaan op het thema duurzaamheid, bio-inkten en klimaatneutraal drukwerk. De sprekers waren: Bregt Balk, Lenoirschuring, Zwaan Printmedia + Beukers Scholma, Drukkerij Raddraaier | SSP + Sandra Kassenaar, Drukkerij Tuijtel+ Roos Stallinga en Wifac + Rodi Media.

Het was een drukbezochte middag met 120 bezoekers uit alle hoeken van het grafisch vakgebied. Naast de presentaties waren er informatiestands en een mini-expositie met een selectie duurzaam geproduceerde drukvoorbeelden.

Organisatie: Bregt Balk, Maud van Rossum i.s.m. Esther Krop
Vormgeving mini-expositie: Maud van Rossum
Gespreksleider: Luuk Heezen
Fotografie: Justina Nekrašaitė
Hoofdsponsor: verpakkings- en papierproducent Mondi


Expert Meeting Papier en Milieu

Op 7 maart 2019 vond in De Bagagehal (Loods 6 in Amsterdam) de Expert Meeting ‘Papier & Milieu’ plaats. Dit event was een initiatief van De Monsterkamer, Amsterdam. Tijdens de Expert Meeting werd ingegaan op milieu-impact van papier. Wat betekent het als papier een keurmerk heeft? Wat houdt biobased in? En waar hebben we het eigenlijk over, papier is een hernieuwbare grondstof, toch?

Aan de hand van presentaties door papierleveranciers, -producenten en experts kwamen de onderwerpen productie, grondstoffen en recycling van papier aan bod. Het was een drukbezochte middag met 130 bezoekers. De sprekers waren: Bregt Balk, Arctic Paper, Wageningen University & Research, Gmund, Zuber Rieder, James Cropper, Christiaan Janssen, Koninklijke Moorman Karton en Metapaper/Mohawk. Naast de presentaties waren er informatiestands met de gepresenteerde papiersoorten en papiersoorten van partners uit de Monsterkamer te zien.

Organisatie: Bregt Balk, Maud van Rossum i.s.m. Esther Krop
Gespreksleider: Luuk Heezen
Fotografie: Justina Nekrašaitė


Een eerbetoon aan Gerard Unger (1942-2018)

Op vrijdag 23 november 2018 overleed Gerard Unger op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats Bussum. Op 23 januari 2019, een dag nadat hij 77 jaar zou zijn geworden, vindt er in pakhuis De Zwijger in Amsterdam een eerbetoon plaats aan een van de belangrijkste typografen ter wereld, een bijzonder ontwerper, docent, mentor en persoon. Meer info over deze avond vind je hier.

Unger studeerde van 1963-1967 ‘grafisch ontwerpen, typografie en letterontwerpen’ aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Hij werkte vervolgens bij Total Design, Prad en Joh. Enschedé. Later vestigde hij zich als zelfstandig ontwerper. Naast huisstijlen, tijdschriften, boeken, munten en postzegels heeft hij een groot aantal lettertypen ontworpen, waarvan de Swift een mooi voorbeeld is. Gerard Unger heeft veel over zijn vak gepubliceerd en gaf 34 jaar les aan de Gerrit Rietveld Academie.

In september 2018 verscheen het laatste boek van de hand van Unger. In Theory of Type Design, vormgegeven door Hansje van Halem, is voor het eerst een compleet en toegankelijk geschreven theorie van het letterontwerp gepresenteerd. Het handboek bestaat uit 24 beknopte hoofdstukken die op heldere wijze elk een ander facet van het letterontwerp beschrijven, van de invloed van taal tot de digitale ontwikkelingen van vandaag, van de manier waarop het oog en de hersenen lettervormen verwerken tot en met hun uitdrukkingskracht. Het boek is te bestellen bij uitgeverij nai010.

Dutch Masters Special
Gerard Unger
Woensdag 23 januari, 20:00 uur
Pakhuis De Zwijger
Piet Heinkade 179, Amsterdam


Expert Meeting Backstage bij de Best Verzorgde Boeken

Op 4 oktober 2018 vond in De Bagagehal (Loods 6 in Amsterdam) de Expert Meeting ‘Backstage bij de Best Verzorgde Boeken’ plaats. Vijf drukkers, samen met de betreffende ontwerper, gingen dieper in op een door hun gedrukt Best Verzorgd Boek. Wat kwam er allemaal bij het productieproces kijken? Hoe kwamen materiaal-, druk- en bindkeuzes tot stand? Wat zijn de overwegingen van de ontwerper? Wat waren de uitdagingen in dit boekproject?

In opdracht van en in samenwerking met De Monsterkamer heb ik dit event georganiseerd voor zo’n 100 geïnteresseerden uit het boekenvak. Naast de vijf voordrachten van drukkers en ontwerpers, was er een mini-expo te zien met daarin een selectie Best Verzorgde Boeken van 2015-2017.

Programma:
• Inleiding door Esther Scholten, directeur van Stichting De Best Verzorgde Boeken
• Zwaan Printmedia (Pascal Pels) + ontwerper Rob van Hoesel
 over de totstandkoming van de catalogus van de Best Verzorgde Boeken 2017
• NPN Drukkers (Chris Altorffer) + ontwerper Robin Uleman en lithograaf Marc Gijzen
 over het boek ‘Ville de Calais’
• Drukkerij Raddraaier (Jochem Öfner) + ontwerper Remco van Bladel
 over het boek ‘Hearings a reader’
• Lenoirschuring (Stefano van der Knaap) + ontwerper Sanne Beeren
 over het boek ‘Boring Collection’
• robstolk® (Freek Kuin) + ontwerper Willem van Zoetendaal
 over het boek ‘Springvloed’
• Freek Kuin namens de jury over de jurering van De Best Verzorgde Boeken.

Moderator: Philip Stroomberg
Organisatie: Maud van Rossum en Esther Krop (De Monsterkamer)
Fotografie: Justina Nekrašaitė